Onderzoekers hebben een grimmige realiteit over de geneeskunde uit de 16e eeuw blootgelegd: vroege beoefenaars waren niet bang om te experimenteren met bizarre ingrediënten, waaronder hagedissenkoppen, menselijke uitwerpselen en zelfs nijlpaardtanden. De schokkende ontdekking komt voort uit het analyseren van eiwitresiduen die zijn achtergebleven op de pagina’s van twee medische handleidingen uit de Renaissance. Dit is niet alleen historische nieuwsgierigheid; het laat zien hoe wanhopig mensen op zoek waren naar genezing, en hoe weinig ze begrepen van hygiëne of werkzaamheid.

De Renaissance doe-het-zelf-alles

Uitgegeven in 1531 door oogarts Bartholomäus Vogtherr: ‘Hoe alle aandoeningen en ziekten van het menselijk lichaam te genezen en te verdrijven’ en ‘Een nuttig en essentieel klein medicijnboekje voor de gewone man’ werden meteen bestsellers. Deze boeken boden remedies voor alles, van haaruitval tot slechte adem, vaak gebaseerd op ingrediënten die nu als weerzinwekkend of gevaarlijk worden beschouwd.
De populariteit van de boeken onderstreept een belangrijke historische trend: het gebrek aan regulering in de vroege geneeskunde. Mensen vertrouwden op alles wat ze konden vinden, wat leidde tot wijdverbreide experimenten met twijfelachtige stoffen.

Onzichtbare sporen onthullen de onderzoekers

Een kopie van Vogtherr’s handleiding aan de Universiteit van Manchester heeft dankzij moderne proteomics-analyse geheimen opgeleverd. Onderzoekers haalden eiwitten uit vingerafdrukken en vlekken die gebruikers eeuwen geleden achterlieten. De studie, gepubliceerd in de American Historical Review, beschrijft hoe deze sporen onthullen wat lezers eigenlijk met de recepten deden.

De techniek is baanbrekend: onderzoekers gebruikten plastic schijven om eiwitten vast te leggen en massaspectrometrie om aminozuurketens te identificeren. Dit gaat niet alleen over oude boeken; het gaat over een nieuwe manier om te begrijpen hoe mensen in het verleden met kennis omgingen.

Wat ze aan het mixen waren…

De analyse onthulde naast recepten voor haargroei ook sporen van planten als Europese beuk, waterkers en rozemarijn. Maar nog verontrustender was dat er eiwitten uit menselijke uitwerpselen werden gevonden naast instructies voor de behandeling van kaalheid. Gebruikers lazen het boek niet alleen; ze pasten de remedies toe, hoe walgelijk ook.
Het team identificeerde ook sporen van hagedissen, nijlpaarden en schildpadden. Verpulverde hagediskoppen werden gebruikt tegen haaruitval, terwijl werd aangenomen dat nijlpaardtanden gebitsproblemen en nierstenen konden genezen. Deze bevindingen roepen vragen op over de ware omvang van wanhoop en experimenten in de Renaissance-geneeskunde.

Voorbij de bruto-outfactor

Dit onderzoek gaat niet alleen over schokkende ingrediënten. Het laat zien hoe mensen medische hulp zochten in een tijdperk vóór de moderne wetenschap. De geannoteerde pagina’s en de hoeken met ezelsoren laten zien welke remedies het vaakst werden geprobeerd, wat erop wijst dat veelvoorkomende kwalen onder meer ernstige gebitsproblemen en stinkende adem zijn.
De wetenschappers hopen dit werk uit te breiden en mogelijk zelfs individuele lezers te identificeren op basis van hun unieke proteomische handtekeningen. Dit opent mogelijkheden om niet alleen te begrijpen wat mensen behandelden, maar ook wie hen behandelde.

“Proteomics helpt bij het contextualiseren van zowel de symptomen waarmee mensen mogelijk worstelden als ze zich tot de kennis van recepten wendden voor hulp, als de lichamelijke effecten van receptproeven en -behandelingen”, schreven de onderzoekers.

Het onderzoek dient als een grimmige herinnering aan hoe ver de geneeskunde is gekomen, maar ook dat innovatie vaak voortkomt uit vallen en opstaan, zelfs als bij die fout twijfelachtige ingrediënten betrokken zijn.